Het kleine
Ik werd vanochtend wakker om vijf uur. Niet door een wekker. Gewoon wakker. Het was koud in mijn bed, maar ik voelde me veilig. Ik nam een slok water.
Dat was alles. En het was genoeg.
Gisteren heb ik met mijn moeder gegeten. We hebben gelachen. Niet om iets specifieks, gewoon gelachen. Het soort avond waar je achteraf niks van kunt navertellen, maar die je nog weken bij je draagt.
Mijn oma van vaderskant was zo. Spelletjes spelen met de kleinkinderen. Monopoly op de keukentafel. Geen grote gebaren, geen bijzondere gelegenheden. Gewoon samen zijn, en dat er helemaal in leggen. Ze maakte van een doordeweekse middag iets waar je dertig jaar later nog aan denkt.
Mijn andere oma was anders. Die lachte. Altijd. Gieren, brullen, tranen over de wangen. Ze kon van alles iets maken waar je om moest lachen. Niet omdat ze grappig probeerde te zijn. Ze vond het leven gewoon grappig.
Twee vrouwen. Allebei onvervangbaar.
Een goede vriend van mij is overleden. Op zijn begrafenis zei iemand: "We dragen allemaal een stukje van hem in ons."
Dat stukje is nooit iets groots. Het is niet de vakantie, niet de mijlpaal, niet het grote moment. Het is hoe iemand lachte. Hoe ze je naam zeiden. Hoe het voelde om naast ze op de bank te zitten zonder dat er iets hoefde.
Het is nu kwart over vijf. Ik zit rechtop in bed. Buiten is het stil.
Ik ga zo bewegen. Misschien lezen. Straks stuur ik een berichtje naar een paar mensen die ik te lang niet heb gesproken.
If you want to know when I write something new: