Ik schrijf dit vanuit een yurt

Nederlands English

Ik zit in een yurt, midden in een Nederlands bos. In de hoek staat een kachel op houtsnippers. Een bed, een bank, een koepel in het plafond die open is naar de lucht. Buiten zijn de vogels de hele ochtend al bezig.

Ik ben hier om te lezen. Misschien na te denken. Een paar dagen weg van de stad.

Wat ik niet had verwacht: de ruimte. De yurt is niet groot, niet op papier. Maar doordat hij rond is, doordat er geen hoeken zijn die de ruimte opvreten, doordat de wanden doorlopen in plaats van stoppen, voelt het open. Ik heb in appartementen gezeten met het dubbele aantal vierkante meters die de helft zo ruim aanvoelden.

Het park heeft alles wat ik nodig heb. De kachel verwarmt de ruimte in minuten. 's Nachts kan ik door de koepel boven mijn bed de sterren zien.

Die gedachte blijft terugkomen: ik heb alles wat ik nodig heb.

Binnenkant van de yurt: houtkachel, lattenstructuur, houten vloer, rieten stoelen

396.000

Dat is het woningtekort in Nederland op dit moment. Bijna 400.000 woningen die er zouden moeten zijn, maar er niet zijn. De overheid mikt op 100.000 nieuwe woningen per jaar. In 2025 werden er zo'n 80.000 gebouwd. Het klopt van geen kant.

De gemiddelde huizenprijs in Nederland ging eind 2025 voor het eerst door de grens van een half miljoen euro. Een volledig ingerichte yurt kost ergens tussen een tiende en een twintigste daarvan. Het verschil is absurd.

De wachtlijst voor sociale huur loopt in sommige steden op tot meer dan tien jaar. Jonge mensen kunnen geen eerste woning kopen. Het gesprek over oplossingen is altijd hetzelfde: sneller bouwen, dichter bouwen, hoger bouwen.

Meer beton. Meer dozen. Stapelen.

Wat als we ook opzij kijken?

Ik ga niet doen alsof yurts de woningcrisis oplossen. Dat doen ze niet. Gezinnen hebben scholen nodig in de buurt. Mensen met een beperking hebben toegankelijke woningen nodig. Het tekort is structureel, en structurele problemen vragen structurele antwoorden.

Maar niet iedereen heeft hetzelfde nodig.

Sommige mensen zoeken een plek voor een jaar terwijl ze uitzoeken hoe het verder moet. Sommige mensen willen bewust kleiner wonen. En sommige mensen willen gewoon wat ik nu heb: een rustige plek buiten de stad, om naartoe te gaan als het even te veel wordt.

Nederland heeft bossen. Het heeft natuurgebieden, ruimte tussen steden, hoeken van het landschap die nergens voor worden gebruikt. De vraag is niet of er ruimte is. De vraag is of we die ruimte anders durven gebruiken.

De regels zijn niet geschreven voor cirkels

Hier loopt het vast. Het bestemmingsplan bepaalt waar mensen mogen wonen. Het Bouwbesluit bepaalt wat als woning telt. Een yurt moet technisch gezien aan grotendeels dezelfde eisen voldoen als een betonnen appartement: isolatiewaarden, brandveiligheidsnormen, constructieberekeningen die ontworpen zijn voor rechthoekige gebouwen.

Een deel daarvan is logisch. Brandveiligheid is belangrijk. Maar het raamwerk is gebouwd voor één vorm. Alles wat daar niet in past, wordt behandeld als een uitzondering. Iets tijdelijks. Iets om te gedogen, misschien, maar niet om aan te moedigen.

De Omgevingswet, die in 2024 is ingegaan, geeft gemeenten meer ruimte om eigen regels te stellen. Een paar beginnen dat te doen. Almere organiseerde een competitie voor innovatieve tiny house- en yurtconcepten en creëerde een permanente locatie ervoor. Minister Keijzer werkt aan regels die het mogelijk maken om tot tien jaar in recreatiewoningen te blijven wonen. Het beweegt, langzaam.

Maar de meeste gemeenten zijn nog niet zover. De default blijft: als het niet op een huis lijkt, telt het niet als huis.

Omdenken

We hebben een crisis. We bouwen niet snel genoeg. Maar wat als niet alle 400.000 ontbrekende woningen woningen hoeven te zijn in de traditionele zin?

Wat als een deel daarvan yurts zijn in bossen? Tiny houses op ongebruikte grond? Verblijven die warm, veilig en waardig zijn, alleen niet rechthoekig?

Wat als het Bouwbesluit een lichtere categorie had voor kleine woningen, met eenvoudigere eisen die mensen alsnog veilig houden? Wat als gemeenten zones aanwezen voor alternatief wonen, zoals ze dat nu al doen voor woonboten?

Dit vervangt de behoefte aan reguliere woningen niet. Maar het schept ademruimte terwijl we ze bouwen. En voor sommige mensen is het geen compromis. Het is een voorkeur.

De koepel

De auteur, lachend in de yurt

Het is stil nu. De kachel is warm. Door de koepel boven mijn hoofd zie ik de lucht.

Ik denk niet dat ik hier permanent zou willen wonen. Maar als plek om naartoe te gaan als ik wil nadenken, als de stad te veel wordt, als ik even wil horen hoe stilte klinkt? Dit is beter dan welk appartement ik ooit heb gehuurd.

396.000 woningen tekort. En we tellen maar in één vorm.