Moeders

Ik zat vandaag met mijn moeder in een restaurantje hier in de buurt. We hebben gegeten, bijgepraat, veel gelachen. Gewoon een dinsdagavond, niks bijzonders.

Behalve dat het alles was.

Mijn moeder begrijpt niet wat ik doe. Ze weet niet wat een terminal is, of een deployment, of waarom ik enthousiast word van een product dat ze nooit zal gebruiken. Als ik erover praat ziet ze mijn mond bewegen en hoort ze woorden die nergens op slaan.

Maar ze kijkt naar mijn ogen. En ze weet het.

Dat is wat moeders doen. Ze beoordelen niet het werk. Ze beoordelen jou. Ze lezen het gezicht, niet het cv. En ze hebben bijna altijd gelijk.

Ik denk dat we moeders onderschatten. Niet in het sentimentele "dank je voor alles" gevoel. Meer in het fundamentele. Ze zijn het eerste bewijs dat je krijgt dat iemand van je houdt zonder dat je er iets voor hoeft te doen. Dat is geen kleinigheid. Dat is de basis van alles.

Er zijn gesprekken waarin je niks hoeft uit te leggen en toch begrepen wordt. Dat soort gesprekken heb ik het vaakst met mijn moeder.

Dat is zeldzaam.

Ik zit nu weer in mijn yurt. De kachel is aan. Het is stil. En ik denk aan alle moeders die vanavond ergens zitten en zich afvragen of het goed gaat met hun kind. Die niet bellen omdat ze niet willen storen. Die wel bellen omdat ze het niet kunnen laten.

Die niet begrijpen wat je doet. Maar exact weten hoe het met je gaat.

Bel je moeder.

If you want to know when I write something new: