1

Een balletje slaan met Jordi

David Foster Wallace schreef ooit dat hij Roger Federer had zien spelen en dat het hem aan religie deed denken. Niet als metafoor, ook niet als hyperbool. Letterlijk. Dat een menselijk lichaam dingen deed die volgens hem niet hoorden te kunnen. Een bal die in een hoek belandt waar hij niet hoort. Een verschuiving van het zwaartepunt op het moment dat het er fysiek niet meer in zit. Een keuze die zo snel wordt gemaakt dat het geen keuze meer is, maar iets anders. Iets dat dichter bij genade ligt dan bij sport.

Ik moest aan dat stuk denken omdat ik binnenkort met Jordi ga tennissen.

Jordi Hermans. Een van de dierbaarste vrienden die ik heb. Talentvol op een manier waar je niet omheen kunt. Knap op dezelfde manier. En als zeventienjarige zat hij in een auto die crashte, en daarmee ontspoorde de carrière die hij voor zich zag. Niet de liefde voor het spel. Niet de overtuiging dat hij op een baan hoorde te bewegen. Alleen het rechte pad ernaartoe.

Wat me bij blijft is wat hij daarna deed. Hij is blijven geloven. Hij is blijven grinden. Hij is blijven drillen. Hij heeft de moed nooit opgegeven, ook niet op dagen waarop niemand hem dat kwalijk had genomen.

Binnenkort sla ik een balletje met hem. Met z'n tweeën, op zijn home terrein. Ik heb geen illusies. Ik weet nog hoe hij speelde, die forehand, die backhand, dat hele lichaam dat in een paar tellen de juiste plek vond op een baan. Voor mij was het toen al, en is het nog steeds, perfect.

Wat ik daar precies ga zien weet ik niet. Ik ga vooral ervaren wat je krijgt als je tegenover iemand staat die nooit gestopt is. Hoe dat eruitziet. Hoe dat aanvoelt aan jouw kant van het net.

Ik denk dat dat wel een vorm van religie is.

If you want to know when I write something new:

Songs on repeat

A few I keep coming back to.